De noodzaak van versnellen

Geplaatst op: donderdag 26 maart 2015
'Vrijwel altijd wordt een sociaal-emotionele reden aangedragen om niet te versnellen. Terwijl dat vaak de belangrijkste reden is om het juist wel te doen. Je kunt in een klas alle lessen aanpassen, maar de sociale omgeving aanpassen is veel moeilijker
Img_2295_news_detail

Een interview met Hoogeveen en haar collega dr. Stijn Smeets over de impact en de noodzaak van versnellen. 

‘Maar we hoeven versnellen niet te beperken tot een jaar overslaan’, zegt Smeets, ‘Vroeger waren de mogelijkheden van versnelling beperkt, nu is er veel meer differentiatie mogelijk. Daar moeten we de leerkrachten op wijzen en in ondersteunen. Neemt niet weg dat hoogintelligente kinderen vaak ook op sociaal-emotioneel gebied al een stuk verder zijn. Voor deze kinderen is het dus ook beter als ze aansluiting zoeken met kinderen die een jaar hoger zitten.’
Het steekt beide onderzoekers dat er nog zoveel onwetendheid is over het thema versnellen in het basis- en voortgezet onderwijs. Terwijl inmiddels uit nationaal en internationaal onderzoek onomstotelijk is komen vast te staan dat versnellen een positief effect heeft op schoolse prestaties en geen negatieve effecten heeft op de sociale ontwikkeling van een hoogbegaafd kind.1 
Al jaren speurt Hoogeveen naar de succes- en faalfactoren van versnelling. In 2003 publiceerde ze samen met andere wetenschappers haar Versnellingswenselijkheidslijst.2 Met deze lijst krijgen leerkrachten, ouders en hoogbegaafdenbegeleiders een genuanceerd beeld van de capaciteiten en persoonlijke kenmerken van de leerling en zijn omgeving en kunnen ze een weloverwogen besluit nemen of versnellen een adequate stap is om passend onderwijs voor hoogbegaafde leerlingen mogelijk te maken.
‘Éen ding is mij inmiddels wel duidelijk geworden’, stelt Hoogeveen onomwonden, ‘Leerlingen die toe zijn aan versnelling, ondervinden veel hinder als dit niet gebeurt. We hebben geen gebrek aan wetenschappelijk bewijs daarvoor.’ Ze refereert onder andere aan het uitgebreide onderzoek van de Australische wetenschapper Miraca Gross3,,waarin ook zij heel duidelijk stelt dat leerlingen die qua cognitieve en sociale capaciteiten hadden kunnen versnellen, maar bij wie dit niet is gebeurd, daar in de regel veel hinder van ondervinden.

Doelen formuleren
De belangrijkste vraag die volgens Hoogeveen gesteld moet worden is: welk onderwijs heeft een kind nodig om zich goed te kunnen ontwikkelen? ‘Met die vraag in je achterhoofd ga je kijken hoe je dat kunt realiseren. Soms doe je dat door een kind een jaar hoger te plaatsen, soms vind je binnen de klas een passende oplossing. Als een jongen toe is aan versnellen en het zou betekenen dat hij in de klas waarin hij nu zit altijd alleen zit te werken, en als blijkt dat al zijn vriendjes al een jaar ouder zijn, dan ligt het voor de hand dat hij doorschuift naar een volgende klas. Dan hoeven we iets minder aan te passen.’ Hoogeveen benadrukt de woorden minder aanpassen omdat versnellen van een leerling volgens haar per definitie betekent dat programma’s aangepast moeten worden en ook de omgeving moet voldoende empathie aan de dag leggen om deze versnelling succesvol te laten verlopen.
Bij het formuleren van de doelen maakt Hoogeveen nadrukkelijk onderscheid tussen de expliciete en impliciete doelen. Hoogeveen: ‘De kerndoelen worden door het ministerie geformuleerd en worden voortdurend getoetst. Maar het zijn juist de impliciete doelen waarbij het vaak mis gaat. Wie heeft er voldoende zicht op of een leerling leert doorzetten? Hoe zit het met zijn metacognitieve vaardigheden? Hoe gaat hij om met faalangst, leert hij zichzelf uitdagen en wie of wat triggert hem om tot verrassende oplossingen te komen? Door de waan van de dag vergeten we dat nog wel eens.’
Hoewel ze nog geen leerkracht is tegengekomen die leren doorzetten niet tot de impliciete doelen rekent, vindt ze het des te frappanter dat als een kind alles al kan én weet, daaruit niet de conclusie getrokken wordt dat zo’n kind hierdoor niet leert doorzetten. Hoogeveen: ‘Het gros van de kinderen wordt prima bediend. Deze kinderen moeten een beetje op hun tenen lopen. Daardoor leren ze doorzetten, leren ze hoe ze met falen om moeten gaan,  leren ze creatief denken – als het op de ene manier niet lukt, hoe kan het dan wel – ze leren impliciet allerlei vaardigheden. En dat moeten hoogbegaafde kinderen ook allemaal leren, maar helaas lukt dat niet als de doelen niet adequaat genoeg zijn geformuleerd.’
Ook Stijn Smeets vindt dat scholen deze individuele onderwijsbehoeften veel beter in kaart moeten brengen, zodat ze ook voor deze groep leerlingen een ideale onderwijsleersituatie kunnen creëren. Dat vergt volgens hem een flexibele houding van school en leerkrachten. ‘Een kind dat in elk vakgebied ongeveer een jaar voorop loopt en ook vrienden heeft in het volgende jaar, dat kind kan een jaar overslaan. Maar als een kind ver voorop loopt met wiskunde en op niveau presteert voor taal, dan moet er een andere, passende oplossing gevonden worden.’ Volgens Smeets zijn er legio mogelijkheden, maar sijpelt die kennis nog maar langzaam door in het onderwijs.
Ook overheerst volgens de CBO-onderzoekers nog steeds het beeld dat de huidige werkdruk in het onderwijs een goede begeleiding van hoogbegaafde kinderen in de weg staat. Zelfs ouders van hoogbegaafde kinderen durven die zorgvraag vaak niet bij de leerkracht neer leggen. Geheel ten onrechte, vindt Smeets: ‘Als we de leerkrachten voldoende informeren en hen lesmateriaal in handen geven dat geschikt is voor kinderen die sneller leren, kan deze zorgvraag prima ingevuld worden. Soms ligt de oplossing binnen de groep, soms op school- of stichtingsniveau. Het is onze uitdaging om deze leerkrachten zo te ondersteunen dat goed onderwijs aan intellectueel getalenteerde leerlingen wel mogelijk wordt.’


Keuzes maken
In 2010 concludeerde het ministerie van Onderwijs in het rapport  Het onderwijsaanbod aan hoogbegaafde leerlingen in het basisonderwijs4 dat vrijwel alle scholen het belang van goed onderwijs aan hoogbegaafde leerlingen onderkennen (gemiddeld gaat het om 16 leerlingen per school). ‘Maar’, zo schrijven de opstellers, ‘het beeld overheerst dat de realisering van een adequaat aanbod dat is afgestemd op de onderwijsbehoefte van hoogbegaafde leerlingen op veel scholen verdere ontwikkeling vraagt.’
Meer deskundigheid, minder ad hoc oplossingen, betere lesmaterialen en meer tijd worden in het rapport door het merendeel van de scholen als verbeterpunten  aangehaald. Als belangrijkste belemmerende factor wordt de tijd genoemd die ‘al gemoeid is met de aandacht voor zwakke leerlingen’.
Maar volgens Hoogeveen is niet het gebrek aan de tijd maar de wil van een school de bepalende factor. ‘School en team moeten keuzes maken.’  Als voorbeeld geeft ze het Pallas Athene College in Ede. De versnelde onderbouw van die school kent een zeer strenge docentenselectie en monitoring. ‘En wat blijkt: docenten staan in de rij om aan die klas les te mogen geven. Er wordt veel van ze gevraagd, qua tijd en aandacht, en ze krijgen niet extra betaald. Mijn mond viel open, toen ik dat hoorde. Zeker omdat ik op andere scholen ook nog steeds geluiden hoor als: ‘Ja maar, daar heb ik niks mee, hoor! Met die leerlingen’ Dat zeg je toch ook niet van dyslectische leerlingen of andere leerlingen met een zorgvraag.’
Hoogeveen en Smeets verbazen zich erover dat hoogbegaafdheid en versnellen zoveel ongefundeerde reacties oproepen. Hoogeveen: ‘Er zijn echt nog scholen waarin min of meer zelfgenoegzaam wordt verteld door de directeur: ‘Versnellen doen we hier niet, wij zijn meer bezig met het sociaal-emotionele! Daar word ik heel erg boos over. Laatst zei een leerkracht tegen mij: ‘Versnellen? Nee, daar ben ik helemaal niet voor.’ Die leerkrachten weten blijkbaar helemaal niets van de problematiek. Dat is heel erg jammer.’
Smeets denkt dat deze vooroordelen kunnen verdwijnen door leerkrachten en scholen beter te informeren. ‘Versnellen en een jaar versnellen worden vaak als synoniem gebruikt. Maar naast een jaarversnelling bestaan er nog een heel aantal andere vormen van versnelling (zie kader 1) die kunnen zorgen voor passend onderwijs voor intellectueel getalenteerde leerlingen. Niet voor alle hoogintelligente kinderen is een jaar versnellen de aangewezen weg. Dat moet per kind bekeken worden. Of er versneld wordt of niet moet afhangen van de onderwijsbehoefte van de leerling. Voor kinderen die heel intelligent zijn, een grote voorsprong hebben in de meeste vakgebieden, liever omgaan met oudere leerlingen, zeer gemotiveerd zijn om te versnellen, en zorgvuldig geselecteerd worden door experts, zorgt een jaarversnelling voor een betere aansluiting tussen de onderwijsbehoefte van de leerling en de onderwijsomgeving.


Bewustwording
Om de juiste keuze te maken ontwikkelde Hoogeveen in 2003 samen met haar CBO-collega’s van Hell en Verhoeven de Versnellingswenselijkheidslijst5. Hoogeveen: ‘De lijst is nog steeds goed te gebruiken, maar ik ben ook betrokken geweest bij de enigszins aangepast vorm die door BCO Onderwijsadvies en IJsselgroep educatieve dienstverlening5 is ontwikkeld. Die opzet is nog veel uitgebreider, nog minder een lijst en nog meer een bewustwordingsproces: wat komt er allemaal kijken bij hoogbegaafde kinderen die eventueel in aanmerking komen voor versnelling. Een uitstekende aanpak waar heel veel scholen en leerkrachten veel baat bij zullen hebben. En zeker zolang ik nog mensen hoor zeggen: ‘Het kan dus dat dit hoogbegaafde kind onvoldoendes haalt! En toch hoogbegaafd is.’ We moeten deze groep kinderen echt beter leren kennen, zodat we ze niet remmen, maar stimuleren om het beste uit zichzelf te halen.’




18 vormen van versnellen
Tegenwoordig kent versnellen een groot aantal effectieve onderwijsaanpassingen. Bij versnelling gaat het in wezen om het versneld halen van de doelen van het basisprogramma. In het spraakmakende rapport A Nation Deceived6 worden achttien vormen van versnellen opgesomd.
1. Vroege toelating tot de kleuterschool
2. Vroege toelating tot groep 1
3. Een groep overslaan
4. Continue vooruitgang/bevordering
5. Eigen tempo instructie
6. Themaversnelling
7. Gecombineerde klassen
8. Curriculum verdichting/compacten
9. Telescopisch curriculum/verdiepen/verrijken
10. Mentoring/individuele begeleiding
11. Buitenschoolse programma’s
12. Correspondentiecursussen
13. Vervroegd afstuderen
14. Duale inschrijving
15. Advanced Placement (vervroegde inschrijving op universiteit of hogeschool)
16. Vervroegd afstuderen d.m.v. een staatsexamen
17. Versnelde colleges
18. Vervroegde entree op middelbare school, hogeschool of universiteit




Versnellingswenselijkheidslijst en workshop School aan Zet
In 2003 stelde Lianne Hoogeveen samen met haar collega’s van Hell en Verhoeven de Versnellingswenselijkheidslijst op. De lijst helpt leerkrachten en andere betrokkenen om een verantwoorde beslissing te nemen ‘een leerling al dan niet vervroegd naar een volgende groep te laten gaan (halverwege het schooljaar) c.q. een groep te laten overslaan (aan het eind van het schooljaar).’ De lijst bekijkt vanuit diverse invalshoeken (capaciteiten, resultaten, attitudes, omgevingsfactoren, testen, et cetera) de wenselijkheid om te versnellen. School aan Zet heeft deze lijst verder aangevuld en omgevormd tot een praktische workshop. De adviesorganisatie hanteert daarbij het uitgangspunt dat eerst de onderwijsbehoefte van het kind moet worden vastgesteld, waarna bekeken kan worden of dit leidt tot verrijking dan wel versnelling van het kind.



Bronvermeldng
1 Hoogeveen, L., van Hell, J.G, & Verhoeven, L. (2008). Social-emotional characteristics of gifted accerelated and non-accelerated students in the Netherlands.
2 Hoogeveen, L., van Hell, J.G, & Verhoeven, L. (2003). De versnellingswenselijkheidslijst. Centrum voor BegaafdheidsOnderzoek (CBO), Nijmegen. Gratis te downloaden via http://www.ru.nl/its/cbo/onderzoek-0/vm-onderzoek/instrumenten/
3 Gross, M.U.M. (2000). Uit: ‘The saddest sound’ to the D Major chord: The gift of accelerated progression. Toespraak op 7e ECHA-conferentie, Hongarije.
4 Het onderwijsaanbod aan hoogbegaafde leerlingen in het basisonderwijs (2010). Onderzoeksrapport Inspectie van het Onderwijs (Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap).
5 School aan Zet, Versnellen zonder drempels. Hoe zorgen we ervoor dat scholen vaker kiezen voor versnelling? http://www.schoolaanzet.nl/over-school-aan-zet/call-for-proposals/versnellen-zonder-drempel-naar-meer-evenwicht-in-arrangementen-voor-excellente-leerlingen/
6 Colangelo,N., Assouline,S.G.,& Gross,M.U.M. (2004). A Nation Deceived. How schools hold back America’s brightest students. Washintog DC: National Association fo Gifted Students

« Terug naar het nieuwsoverzicht